Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel Begripsomschrijvingen

Artikel Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Kansspelenverordening

In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. Besluit: het Speelautomatenbesluit; c. APV: de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht 1998; d. speelautomatenhal: een inrichting bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen; e. bedrijfsleider: degene die de algemene leiding heeft in de inrichting; f. beheerder: degene die onmiddellijk leiding geeft aan de werkzaamheden in de inrichting; g. speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; h. behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet; i. kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; j. meerspeler: speelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen; k. jackpotsysteem: meerdere kansspelautomaten gekoppeld aan een centrale jackpot; l. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; m. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet; n. vergunning: een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.3.2 van de APV; o. weg: hetgeen in de APV in artikel 1.1 onder weg (mede) wordt verstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel