Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Weigerings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Kansspelenverordening

1.. De vergunning wordt geweigerd, indien: het maximum aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt; de aanvrager van de vergunning een van de bepalingen uit Titel V a van de wet in de drie jaren voorafgaande aan het moment van de aanvraag heeft overtreden; er gegronde vrees bestaat dat door het verlenen van de vergunning de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de hal nadelig wordt beïnvloed; de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is; de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; niet voldaan wordt aan de voorschriften die krachtens deze verordening aan de inrichting van de speelautomatenhal worden gesteld; de feitelijke situatie afwijkt van hetgeen in de aanvraag is vermeld. 2.. De vergunning kan worden ingetrokken, indien: gehandeld wordt in strijd met de in deze verordening opgenomen en/of aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; de houder van de vergunning een van de bepalingen uit Titel V a van de wet heeft overtreden; er gegronde vrees bestaat dat het van kracht blijven van deze vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde en veiligheid. 3.. De vergunning vervalt, indien: een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand is verleend; de vergunninghouder de hoedanigheid van bedrijfsleider of beheerder heeft verloren; de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode langer dan zes maanden is of wordt onderbroken.

Rechtspraak bij dit artikel