Naar hoofdinhoud
1.. De "Parkeerverordening 2001" van 1 oktober 2001 en zoals deze laatstelijk is gewijzigd op 1 augustus 2002 wordt ingetrokken. 2.. Vergunningen als bedoeld in artikel 3 lid a en b en verleend krachtens de "Parkeerverordening 2001" worden na het aflopen van de termijn waarvoor zij zijn verleend, ingetrokken. 3.. Vergunningen als bedoeld in artikel 3, lid c, d en e en verleend krachtens de "Parkeerverordening 2001" blijven, indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening, van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 4.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de "Parkeerverordening 2001" blijven, indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening, van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 5.. Vergunningen als bedoeld in artikel 3, lid c, d en e die zijn verleend krachtens de "Parkeerverordening 2001" worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. 6.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor een vergunning op grond van de "Parkeerverordening 2001" is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 7.. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. 8.. Deze verordening kan worden aangehaald als: "Parkeerverordening Dordrecht".

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel