**1..** De Commissie kan, met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 10, Titel 10.1, Afdeling 10.1.1 Awb ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de directeur machtigen, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, beslissingen in eerste aanleg te nemen. Deze bevoegdheid voor ambtenaren om in naam van de Commissie beslissingen in eerste aanleg te nemen is neergelegd in een algemeen Mandaatbesluit.
De Commissie kan voorts toestaan dat ondermandaat wordt verleend.
De ondertekening van krachtens mandaat genomen besluiten is:
De Commissie Sociale Zekerheid,
namens deze,
Directie/Afdeling
Naam ambtenaar
**2..** De Commissie blijft steeds bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
**3..** De Commissie is bevoegd het algemeen Mandaatbesluit in overleg met de Directeur te wijzigen.
**4..** De brieven van de Commissie worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Hiervan zijn uitgezonderd uitnodigingen voor hoorzittingen en beschikkingen naar aanleiding van beslissingen op bezwaarschriften. Deze uitgaande stukken worden, ingevolge een ondertekeningmandaat, door de secretaris ondertekend onder de vermelding:
De Commissie Sociale Zekerheid,
namens deze,
de secretaris,
Naam secretaris
**5..** Op verzoek van de Commissie dient de directeur inlichtingen te gegeven over de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in het eerste en vierde lid van dit artikel.
**6..** De bevoegdheden, die onderstaande artikelen uit de Awb aan een bestuursorgaan toekent en die betrekking hebben op toepassing van dit Reglement, worden uitgeoefend door de secretaris van de Commissie:
artikel 2:1, eerste lid: het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen;
artikel 6:6: De indiener wordt, indien niet is voldaan aan een in de Awb gestelde vereiste, niet-ontvankelijk verklaard indien de bezwaarmaker de gelegenheid heeft gehad zijn verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn;
artikel 6:17: Indien iemand zich laat vertegenwoordigen zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde;
artikel 7:4, tweede lid: Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor de bezwaarmaker ter inzage.
Aan deze verplichting wordt door de Commissie voldaan door bij de uitnodiging van de hoorzitting alle relevante stukken van het bezwaar te voegen.
artikel 7:6, vierde lid: Het bestuursorgaan kan, wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, afzien van het ieder op de hoogte stellen van verhandelde tijdens het horen buiten zijn afwezigheid. Dit voorzover geheimhouding om gewichtige reden is geboden.