**1..** In het geval de eigenaar of erfpachter van het bedrijfsterrein waarvan de ernstige verontreiniging in de zin van artikel 29 Wbb voor 80% of meer vóór 1 januari 1975, zoals bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling, heeft plaatsgevonden, een directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking van die verontreiniging dan wel een duurzame rechtsbetrekking heeft gehad met de veroorzaker(s) bedraagt de subsidie 35% van de netto-saneringskosten.
**2..** In het geval de eigenaar of erfpachter van het bedrijfsterrein waarvan de ernstige verontreiniging in de zin van artikel 29 Wbb voor 80% of meer vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt, zoals bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling, niet zelf heeft veroorzaakt, en geen directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking en geen duurzame rechtsbetrekking heeft gehad met de veroorzaker(s) bedraagt de subsidie
a.
bij verwerving vóór 1 januari 1975:
60% van de netto-saneringskosten;
b.
bij verwerving op of ná 1975 maar vóór 1 januari 1987:
35% van de netto-saneringskosten;
c.
bij verwerving op of ná 1 januari 1987 maar vóór 1 januari 1995:
20% van de netto-saneringskosten.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt de subsidie in het geval het bedrijfsterrein ten dienste staat van een MKB-bedrijf 40% van de netto-saneringskosten;
**4..** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, bedraagt de subsidie in het geval het bedrijfsterrein ten dienste staat van een MKB-bedrijf
c.
bij verwerving vóór 1 januari 1975:
70% van de netto-saneringskosten;
d.
bij verwerving op of ná 1 januari 1975 maar vóór 1 januari 1987:
40% van de netto-saneringskosten;
e.
bij verwerving op of ná 1 januari 1987 maar vóór 1 januari 1995:
25% van de netto-saneringskosten.
**5..** De subsidie bedraagt in het geval de in het tweede lid, onder b. dan wel de in het vierde lid onder b. bedoelde verwerving heeft plaatsgevonden op of ná 1 januari 1975 maar vóór 1 januari 1983: de in het tweede lid onder a. respectievelijk de in het vierde lid onder a. bedoelde subsidie, tenzij het College van Burgemeester en Wethouders op basis van de schriftelijke stukken die aan de verwerving ten grondslag liggen van oordeel is dat de aanvrager ten tijde van de verwerving op de hoogte was dan wel redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein.
**6..** Wanneer de uitvoering van de sanering van het bedrijfsterrein in fasen geschiedt en de ontvanger van de subsidie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, vierde lid, de mogelijkheid heeft een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen wanneer een of meer fasen van de sanering zijn voltooid, wordt de hoogte van de subsidie, met inachtneming van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel, berekend over de nettosaneringskosten die zijn gemoeid met de uitvoering van de voltooide fase(n) van de sanering.
**7..** de subsidie wordt met betrekking tot de (deel)sanering van een bedrijfsterrein éénmalig verleend, vastgesteld en uitbetaald;
in een situatie als bedoeld in het zesde lid van dit artikel wordt de subsidie – onverminderd de plicht tot voltooiing van de gehele sanering overeenkomstig het saneringsplan zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h. - ook in fasen verleend, vastgesteld en uitbetaald.
**8..** De subsidie wordt niet verstrekt indien en voor zover ten behoeve van de uitvoering van de sanering van de bodem van het bedrijfsterrein een andere financiële bijdrage van de overheid dan deze subsidie is, wordt dan wel kan worden verkregen.
Artikel 7
De hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Dordrecht