In deze verordening wordt verstaan onder:
a)
Pand en/of object, verder te noemen Monument:
1. Gemeentelijk monument:
pand / object dat overeenkomstig de van toepassing zijnde gemeentelijke monumentenverordening op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst;
2. Beeldbepalend object:
Pand/object dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders een kenmerkend onderdeel vormt van het stadsgezicht van Dordrecht, welk stadsgezicht krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 is aangewezen;
b)
Restaureren / het plegen van onderhoud:
het treffen van voorzieningen tot opheffen van (bouwtechnische) gebreken, waar onder begrepen het normale onderhoud, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument;
c)
Eigenaar:
1) de natuurlijke of rechtspersoon die het monument waaraan de in deze verordening genoemde voorzieningen worden getroffen in eigendom heeft;
2) onder eigenaar wordt mede verstaan:
a) degene die het recht van erfpacht op het monument bezit;
b) de houder van een recht van opstal;
c) de toekomstige eigenaar, erfpachter van het monument, of houder van een recht van opstal, die in het bezit is van een voorlopig koop- of erfpachtcontract inzake het monument;
d) de houder van een appartementsrecht als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek;
e) de vereniging van eigenaren als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek.
d)
Restaurerende instelling:
een privaatrechtelijk persoon die op grond van haar statuten het zonder winstoogmerk instandhouden van één of meer monumenten ten doel heeft en die is gerangschikt onder de instellingen, bedoeld in artikel 24, lid 4, van de Successiewet 1956;
e)
Verleningsbeschikking:
het besluit van burgemeester en wethouders waarin, voorafgaand aan het treffen van de voorzieningen, voorlopig de hoogte van de subsidiabele kosten is vastgelegd en waarmee de eigenaar van een monument een aanspraak kan doen op een financiering in de vorm van een Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD)-hypotheek of subsidie in de vorm van een bijdrage-ineens, mits aan alle aan de verlening van een financiering of subsidie verbonden voorwaarden is voldaan;
f)
Vaststellingsbeschikking:
het besluit van burgemeester en wethouders waarin, nadat de voorzieningen zijn getroffen, definitief de hoogte van de subsidiabele kosten is vastgelegd en de financiering of de subsidie definitief wordt vastgesteld;
g)
Voorzieningen:
maatregelen waarvoor op basis van deze verordening een financiering of subsidie kan worden verleend;
h)
Subsidiabele kosten:
1. de som van de geraamde en door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
a) de aanneemsom voor het verrichten van de voorzieningen;
b) de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
c) het naar rato van de verhouding tussen subsidiabel en niet subsidiabel geachte kosten, aan de subsidiabele kosten toe te rekenen gedeelte van
• het honorarium van de architect, tot het maximum als is bepaald in de Standaard Rechtsverhouding Opdrachtgever – Architect 1988 (SR-1988)
• het honorarium van de constructeur en/of adviseurs voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument;
• het toezicht op de uitvoering;
• de bestedingskosten;
• de leges voor de bouw- en monumentenvergunning en voor enig andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen;
d) de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting;
e) een reservering tot een maximum van 5% van de aanneemsom voor het meerwerk, dat ten tijde van het opstellen van het plan tot het verrichten van de voorzieningen redelijkerwijs niet was te voorzien;
f) de kosten voor het redelijkerwijs niet te vermijden en onvoorziene meerwerk, de reservering genoemd in artikel 2, lid 1-e. te boven gaand, voor zover deze kosten
• gemeld aan burgemeester en wethouders direct na constatering lopende de uitvoering van het werk en
• voor zover deze kosten door burgemeester en wethouders zijn goedgekeurd;
g) de kosten van een bouwhistorische opname en/of bouwhistorisch onderzoek gericht op het treffen van de voorzieningen, tot een maximum van 0,5% van de goedgekeurde subsidiabele kosten.
2. niet tot de subsidiabele kosten behoren de kosten van in zelfwerkzaamheid uitgevoerde voorzieningen
3. bij het bepalen van de subsidiabele kosten wordt uitgegaan van de door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg op grond van het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten 1997 vastgestelde Beleidsregels Onderhoud en Restauratie Monumenten;
i)
Onderhoudsplicht:
de door burgemeester en wethouders na het treffen van de voorzieningen op te leggen onderhoudsplicht volgens de in artikel 16 van deze verordening opgenomen voorwaarden.
j)
Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD) - hypotheek (de financiering):
een laagrentende hypothecaire lening in de vorm van een Gemeentelijke Restauratiefonds Dordrecht (GRD) - hypotheek, kortweg GRD-hypotheek, te verlenen uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD);
k)
Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD) - bijdrage-ineens (de subsidie):
een subsidie in de vorm van een éénmalige bijdrage die rechtstreeks aan de eigenaar wordt uitbetaald uit het GRD;
l)
Fiscaal relevante eigenaar:
de eigenaar van een monument die belastingplichtig is ingevolge de Wet op de Inkomstenbelasting dan wel de Wet op de Vennootschapsbelasting;
m)
Niet-fiscaal relevante eigenaar:
de eigenaar van een monument die niet valt onder de begripsomschrijving in artikel 2, lid l.
n)
Het Bemiddelend Orgaan:
een onafhankelijke instelling (N.V. Bemiddelend Orgaan) van de N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, die op basis van vastgestelde normen toetst of de financiële draagkracht van de eigenaar van het monument voldoende is om een GRD-hypotheek af te sluiten en in deze Burgemeester en wethouders adviseert;
o)
Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD)
een fonds met revolverend karakter, waaruit Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD) – hypotheek (de financiering) en de bijdrage-ineens (de subsidie) worden verleend;
p)
Stichting Nationaal Restauratiefonds (NRF)
een stichting die door burgemeester en wethouders belast is met de financiële afwikkeling binnen het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD), waar onder begrepen het afsluiten van de GRD-hypotheek en de verstrekking van de bijdragen-ineens
HOOFDSTUK 1.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht (GRD) 2003