Indien een belanghebbende de voor de verlening van de uitkering gegevens die van belang zijn of gevorderde bewijsstukken niet tijdig verstrekt, kan het college het recht op uitkering opschorten (artikel 17, eerste lid, Ioaw/Ioaz). Het college geeft de belanghebbende vervolgens een termijn waarbinnen hij zijn verzuim kan herstellen (de hersteltermijn).
Wordt de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn aan de gemeente verstrekt, dan kan het college de uitkering stopzetten (intrekken van het besluit tot toekenning van de uitkering). Worden de gevraagde gegevens wél binnen de hersteltermijn verstrekt, dan wordt de uitkering voortgezet. Eerst wordt dus een waarschuwing gegeven. Wanneer binnen vierentwintig maanden na het geven van deze maatregel de belanghebbende opnieuw dezelfde gedraging vertoont wordt zonder waarschuwing een maatregel opgelegd. Lid twee regelt de hoogte van de maatregel. Bij recidive wordt de maatregel verhoogd, zoals wordt beschreven in lid drie.
Indien belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging opnieuw hetzelfde verwijtbaar gedrag vertoont, zullen de hoogte en duur van de maatregel individueel moeten worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 12.
Niet tijdig verstrekken van gegevens
Onderdeel van Maatregelverordening Ioaw en Ioaz 2010