Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Dordrecht 2004

In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: de door het college ingestelde warenmarkt; b. marktterrein: het gebied zoals aangegeven op de situatietekeningen, behorende bij het Instellingsbesluit warenmarkten; c. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; d. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; e. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; f. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; g. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. h. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; i. branche: een door het college te bepalen soort of assortiment van waren of goederen; j. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; k. wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; l. anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats als bedoeld in artikel 8; m. verkoopwagen/markavan: een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen; n. college: het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel