Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Het verbod geldt niet voor:
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover:
elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt;
elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;
3º elk onderdeel, ongeacht hoe het scherm staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt.
voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, maar in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats gereinigd is;
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
evenementen als bedoeld in artikel 2:12;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15;
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.
Het is verboden op, aan, over of boven een openbare plaats een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de openbare plaats, of
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
De weigeringsgrond van het vierde lid,
onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet;
onder b, geldt niet voor bouwwerken;
onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Het bevoegd bestuursorgaan kan categorieën van voorwerpen aanwijzen, al dan niet beperkt in plaats en tijd, waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt en kan daarbij voorschriften stellen.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:6
Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv)