Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 4.

Artikel 5:16

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv)

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een standplaats die voor maximaal 1 dag wordt ingenomen op het plein Meiveld mits: a.. de standplaatshouder uiterlijk 2 weken voorafgaand aan het innemen of hebben van de standplaats daarvan schriftelijk melding heeft gedaan aan het college via het door het college vastgestelde meldingsformulier; b.. voorafgaand aan het innemen van de standplaats met de gemeente afstemming heeft plaatsgevonden over de exacte locatie van de standplaats; c.. de standplaatshouder de 4 weken voorafgaand aan het innemen van de standplaats geen standplaats heeft ingenomen op het plein Meiveld; d.. de standplaats niet wordt ingenomen op marktdagen en/of tijdens evenementen; e.. niet meer dan 3 standplaatsen per dag worden ingenomen; f.. geen levende dieren worden aangeboden, verkocht of afgeleverd. 3.. Het college weigert de vergunning indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op het innemen van een standplaats op het marktterrein tijdens marktdagen of op het terrein waar een evenement plaatsvindt. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de vergunning worden geweigerd: a.. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b.. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan; c.. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 5.. De weigeringsgrond in het vierde lid onder a geldt niet voor vergunningplichtige bouwwerken. 6.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. 7.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswater-staatswerken of de Wegenverordening Noord-Brabant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel