Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.

Artikel 2:14

Exploitatievergunning openbare inrichting

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv)

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting die niet vergunningplichtig is op grond van artikel 3 of artikel 4 van de Drank- en Horecawet te exploiteren. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting f in een winkel als bedoeld in artikel 1 Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; Voor de openbare inrichting als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Voorts geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet voor een openbare inrichting in: a. zorginstellingen; b. musea; c. kantoren; d. scholen. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel