Naar hoofdinhoud
Archeologische vondsten 23.1 Als bij graafwerkzaamheden in het Verkochte zaken van monumentale of archeologische waarde in de zin van de Monumentenwet worden aangetroffen, wordt daarvan overeenkomstig het bepaalde in artikel 47 van de Monumentenwet, onverwijld melding gemaakt aan Verkoper. De burgemeester kan daarop de werkzaamheden in het gebied waarin deze zaken of omstandigheden zijn aangetroffen, met onmiddellijke ingang voor ten hoogste drie dagen stilleggen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op grond van artikel 57 van de Monumentenwet de mogelijkheid om de werkzaamheden voor een langere termijn dan genoemd op te schorten. 23.2 Verkoper behoudt zich het eigendom van zaken van monumentale of archeologische waarde in de zin van de Monumentenwet voor, voor zover de wet zich daar niet tegen verzet. Koper wordt van dergelijke zaken of omstandigheden slechts als eigenaar beschouwd indien en voor zover hij overeenkomstig artikel 43 van de Monumentenwet kan aantonen daarvan eigenaar te zijn. 23.3 De kosten en schade ontstaan door het stilleggen van de werkzaamheden gedurende de eerste drie (3) dagen zullen, voor zover deze niet door de Staat worden vergoed, ieder voor de helft voor rekening komen van de Verkoper en de Koper tezamen. De kosten van het doen van onderzoek, opgraving en de overige werkzaamheden daartoe komen, voor zover deze niet door de Staat vergoed worden, voor rekening van de Verkoper.

Rechtspraak bij dit artikel