In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvrager: (gezamenlijke) eigenaar, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, van (een gedeelte van) het gebouw dat ligt in het toepassingsgebied als bedoeld in artikel 3 van deze verordening;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
bouwkundige: iemand die onderlegd is in de bouwkunde, die deze in de praktijk als beroep beoefent en staat ingeschreven bij de kamer van koophandel dan wel een vergelijkbare instelling;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;
gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;
leegstand: het feitelijk leeg staan, het in gebruik zijn op basis van de Leegstandswet dan wel het bewoond worden door krakers van (een gedeelte van) een gebouw;
onderneming: organisatorisch verband, gericht op duurzame deelname aan het economisch verkeer met behulp van arbeid en kapitaal;
raad: raad van de gemeente Roosendaal;
subsidie: subsidie zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Awb;
subsidieplafond: het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb;
subsidievaststelling: subsidievaststelling zoals bedoeld in afdeling 4.2.5. van de Awb. Het definitieve besluit tot verlening van een subsidie;
subsidieverlening: subsidieverlening zoals bedoeld in afdeling 4.2.3 van de Awb;
Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
wonen: het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid;
woning/wooneenheid: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding niet zijnde een bijzondere woonvorm, en/of voor de huisvesting van maximaal drie personen naast de huishouding of voor de huisvesting van maximaal vier personen wanneer daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht.