Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Subsidie voor aanpassing verdieping(en)

Onderdeel van Verordening aanpak leegstand CREDO

1.. Het college kan aan de aanvrager subsidie verlenen, nadat de van toepassing zijnde functionele haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, in de kosten voor de navolgende activiteiten: De pandgerelateerde activiteiten die functioneel noodzakelijk zijn (niet zijnde de inventaris) voor het geschikt maken van de benedenverdieping van een gebouw voor economische exploitatie en/of; De activiteiten die functioneel noodzakelijk zijn volgens het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde (bouw)wet- en regelgeving voor het bewoonbaar maken van de verdieping(en) van een gebouw. 2.. Per gebouw kan ten hoogste één maal subsidie worden verleend op grond van het eerste lid. 3.. De te verstrekken subsidie voor het geschikt maken van een benedenverdieping van een gebouw voor economische exploitatie als bedoeld in het eerste lid, onder a bedraagt 60% van de kosten tot een maximumbedrag van € 10.000,-. 4.. De te verstrekken subsidie voor het bewoonbaar maken van verdieping(en) van een gebouw als bedoeld in het eerste lid, onder b bedraagt 60% van de kosten tot een maximumbedrag van € 30.000,-. Indien het gedeelte van het leegstaande gebouw dat bewoonbaar wordt gemaakt groter is dan 250 m2 bedraagt de te verstrekken subsidie 60% van de kosten tot een maximumbedrag van € 50.000,-. 5.. Gemaakte arbeidsuren in verband met het in eigen beheer, en derhalve niet door een professionele opdrachtnemer, uitvoeren van een activiteit, genoemd in het eerste lid, komen niet voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel