**1..** Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
deze in overwegende mate op het individu is gericht, en
deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen, en
deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
**2..** In afwijking op hetgeen in het eerste lid onder a. is gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a.
**3..** Geen voorziening wordt toegekend:
indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is;
voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat;
voor zover de ondervonden ergonomische belemmeringen in de woning voortvloeienuit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
Afdeling I › HOOFDSTUK 1
Artikel 1.2
Beperkingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2004