Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 22, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., onmogelijk maken dan wel;
een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet aanwezig is;
deze voor iedere verplaatsing buitenshuis is aangewezen op een vervoers-voorziening. In dit geval kan een individuele vervoersvoorziening worden toegekend.
Hoofdstuk 5.
Artikel 24.
Het primaat van het collectief vervoer.
Onderdeel van Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2011