Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Veiligheids- en inrichtingseisen

Onderdeel van Woonschepenverordening Zaanstad 2010

1.. In het kader van de veiligheid, de gezondheid en het milieu dient een woonschip te voldoen aan de navolgende eisen: Een woonschip wordt uitsluitend afgemeerd aan daartoe bestemde, deugdelijke afmeermiddelen. Een woonschip is lekvrij en waterdicht; Een woonschip waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco heeft een scheepswand met een plaatdikte van minimaal 3,0 millimeter. De opbouw beschikt over voldoende sterkte, stijfheid en stabiliteit, waarvan moet blijken uit een berekening, uit te voeren naar analogie van de in het Bouwbesluit gestelde voorschriften. Een woonschip, waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco, wordt tenminste eenmaal in zeven jaren bij een scheepswerf op het droge gezet voor inspectie en onderhoud. Van inspectie en onderhoud wordt een rapport opgemaakt, waarvan binnen vier weken na ontvangst daarvan door de eigenaar van het woonschip kopie aan het college wordt gezonden. De toegang tot/vluchtweg van het woonschip sluit direct aan op de wal en is tenminste 0,85 meter breed; De vluchtweg (loopplank, steiger) is zodanig gelegen dat, vanuit het woonschip komend, op de wal zonder obstakels zowel naar links als naar rechts kan worden gevlucht; Een beweegbaar constructieonderdeel, niet zijnde een nooddeur, bevindt zich in geopende stand niet boven een loopplank of steiger waarover een vluchtroute voert. De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte in het woonschip en een ingang van het woonschip die aansluit op de loopplank of steiger van waaruit de vluchtroute buiten het woonschip begint, bedraagt ten hoogste 15 meter. In een besloten ruimte, in de route als hiervoor bedoeld, moet een niet-ioniserende rookmelder, volgens de eisen in NEN 2555, zijn aangebracht,die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals eveneens is aangegeven in de NEN-norm. De in i. genoemde loopafstand kan maximaal 25 meter zijn als in voor alle voor mensen toegankelijke ruimten, met uitzondering van een toilet- of badruimte, een niet-ioniserende rookmelder volgens de eisen in NEN 2555 is aangebracht, die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals is aangegeven in NEN 2555. bij het in alarmfase gaan van één rookmelder in elke verblijfsruimte een geluidniveau hoorbaar is van ten minste 65 dB(A), doch niet meer dan 85 dB(A). De afstand tussen twee naast of achter elkaar liggende woonschepen bedraagt ten minste 5 meter. Deze tussenafstand wordt tot stand gebracht doordat met elk der woonschepen een afstand van tenminste 2,5 meter tot de daartussen gelegen waterkavelgrens in acht wordt genomen; Het college kan ontheffing verlenen van de eis van 5 meter tussenruimte, tot een minimum van 1,5 meter, indien de wanden die grenzen aan naastliggende woonschepen voldoen aan de volgende eisen: de in deze wanden aanwezige deur- en raamconstructies en mogelijke doorvoeringen bezitten een brandwerendheid van 30 minuten conform de NEN-norm 6068, in de wanden bevinden zich geen draaiende delen anders dan zelfsluitende deuren, en de wanden bezitten een brandvoortplantingsklasse van 2 of minder conform de NEN-norm 6064. Ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een woonschip wordt onbrandbaar materiaal conform NEN-norm 6064 toegepast indien: ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die groter is dan 2 kW/m2, conform NEN-norm 6061 of in het materiaal een temperatuur kan optreden die hoger is dan 363 K, bepaald volgens NEN-norm 6061. Een voorziening voor de afvoer van rook is brandveilig uitgevoerd, conform NEN –norm 6062. Een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld uit onbrandbaar materiaal, conform NEN-norm 6064, indien in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, overeenkomstig NEN-norm 6062. Materiaal van een constructieonderdeel van een wand die grenst aan de binnenlucht bezit een rookdichtheid van maximaal 10 m-1, bepaald volgens NEN 6066. Het dak van een woonschip is niet brandgevaarlijk, conform NEN-norm 6063. Een woonschip op minder dan 40 meter afstand van een gemeentelijk riool of andere afvoervoorziening voor vuilwater en faecaliën is op die afvoervoorziening aangesloten; Een woonschip heeft een aansluiting voor het distributienet van de openbare waterleiding. 2.. Bij een verzoek om ontheffing van het bepaalde in het eerste lid onder l wordt een toelichting met tekeningen of een deskundigenrapport gevoegd, waaruit blijkt dat aan de betreffende eisen is voldaan. Het college wint advies in bij de regionale brandweer Zaanstreek-Waterland. 3.. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande leden kan het college nadere regels stellen.

Rechtspraak bij dit artikel