**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Algemene plaatselijke verordening: de door de raad
vastgestelde Algemene plaatselijke verordening
Zaanstad;
college: burgemeester en wethouders van Zaanstad;
openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige
beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins
toegankelijk zijn;
aangewezen ligplaats: door de raad aangewezen kavel in het
openbaar water, al dan niet met een op de oever aangewezen
terrein of gedeelte daarvan, bestemd voor het permanent
afmeren van een (bepaald soort) woonschip;
aanwijzingsbesluit: overzicht van aangewezen ligplaatsen met
kaart, met daarop onder meer een aanduiding van de
kavelgrenzen;
waterkavel: het watergedeelte van een ligplaats;
oeverkavel: het terreingedeelte van een ligplaats, inclusief
eventueel aanwezige beschoeiing;
woonschip: woonark of woonboot, uitsluitend of in hoofdzaak
gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of
inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dag- of
nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een
waterwoning en al dan niet te kwalificeren als
bouwwerk;
woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of
ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen
casco met vierkante of rechthoekige opbouw(en);
woonboot: drijvend of varend object dat herkenbaar is aan
casco, romp en opbouw als een (van origine) varend
schip;
bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik
van een woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals
een steiger of een loopplank;
waterwoning: geheel of gedeeltelijk in of op het water
gelegen object, niet zijnde een woonschip, uitsluitend of in
hoofdzaak gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie
of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dag-
of nachtverblijf van een of meer personen, met zodanige
(verankerings)voorzieningen dat op het object als bouwwerk
de bij of krachtens de Woningwet geldende bepalingen van
toepassing zijn.
**2..** De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten, daar
waar de grootste afstand geldt, en verder met inachtneming van het
volgende:
lengte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het
langst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en
dakranden, goten, roer, boegspriet en dergelijke;
breedte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het
breedst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en
dakranden, gangboorden, goten, zwaarden en dergelijke;
hoogte wordt gemeten in meters vanaf de waterlijn tot aan
het hoogste punt van de romp of, indien aanwezig, opbouw.
Boven de romp of opbouw uitstekende delen en eenvoudig te
verwijderen onderdelen, een en ander ter beoordeling van het
college, worden niet meegerekend;
diepte wordt gemeten vanaf de waterlijn tot het diepst
stekende scheepsdeel;
oppervlakte wordt bepaald als product van de lengte en de
breedte van het woonschip.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsomschrijvingen en wijze van meten
Onderdeel van Woonschepenverordening Zaanstad 2010