**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de heffingsambtenaar te worden ingediend.
**2..** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3..** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde bedrag, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een rentevoet van 4,75% per jaar.
**4..** De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan door de belastingplichtige elk jaar worden afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te worden ingediend bij de heffingsambtenaar, voorafgaand aan het eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking heeft. De afkoopsom wordt bepaald op een contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar waarop de afkoop betrekking heeft nog te verschijnen belastingbedragen voor resterende belastingjaren in de in het derde lid genoemde periode, berekend naar de in het derde lid genoemde rentevoet per jaar.
**5..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van het eigendom, bezit op beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende, krachtens eigendom, bezit of beperkt recht met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid in dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in datonderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a. schriftelijk bij de heffingsambtenaar te worden ingediend.
**6..** Indien in de periode gelegen tussen de peildatum en in de ingang van de heffing van deze verordening het genot van een gedeelte van een op de peildatum bestaande onroerende zaak is danwel wordt overgedragen, wordt voor de vaststelling van de belastingschuld voor de na de overdracht op de datum van ingang van de heffing bestaande onroerende zaken uitgegaan van een evenredige verdeling van de oorspronkelijke belastingschuld over het aantal gebouwde eigendommen dat op de riolering is aangesloten naar de hoeveelheid aangesloten gebouwde eigendommen.
**7..** Het vorige artikel is eveneens van toepassing indien het genot van een gedeelte van een bij de inwerkingtreding van deze verordening bestaande onroerende zaak is danwel wordt overgedragen in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid, tenzij de aanslag voor het laatste heffingsjaar reeds is opgelegd.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting aanleg riolering buitengebied gemeente Asten, fase 2h