**1..** Het college kan de aanvraag om bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet afwijzen indien belanghebbende binnen twaalf maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag:
verwijtbaar gedrag heeft betoond als bedoeld in artikel 9, onderdelen d en e of;
een verzoek indient als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan:
door een onverantwoorde besteding van middelen of;
indien sprake is van het bewust lopen van risico’s.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is slechts van toepassing indien belanghebbende een aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van woninginrichting of maatschappelijke participatie indient.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, kan het college in bijzondere individuele omstandigheden besluiten om bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand toe te kennen voor de hoogst noodzakelijke kosten.
**4..** Bij geconstateerde schending van de inlichtingenplicht bij de aanvraag en ontvangst van (periodieke) bijzondere bijstand in een deel van de premielasten van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering voor minima, wordt/worden die belanghebbende(n) bij wijze van sanctie uitgesloten van deze bijzondere bijstand gedurende het gehele daarop volgende kalenderjaar. Bij toepassing van deze sanctie, ziet de gemeente af van terugvordering van de ten onrechte verstrekte bijzondere bijstand in de premielasten als bedoeld in art. 58 Wwb en van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in art. 18a Wwb.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15.
Bijzondere bijstand
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand en oplegging en incasso bestuurlijke boete