Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 voor 31 december voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een tussentijdse subsidie binnen 8 weken nadat de aanvraag, met de daartoe benodigde bescheiden, ontvangen is.
De in het eerste lid genoemde termijn is dusdanig ruim gekozen dat hiermee ook eventuele probleemgevallen binnen de termijn kunnen worden afgehandeld. Natuurlijk kunnen burgemeester en wethouders ook eerder besluiten tot het verlenen van een subsidie. Behoorlijk bestuur brengt met zich mee dat ze dit indien mogelijk ook doen. Gebeurt dit voor vaststelling van de begroting, dan zal op grond van artikel1.5 een begrotingsvoorbehoud moeten worden opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening.