Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Besluiten van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Schiedam 2006

De subsidieontvanger mag, zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders, geen besluiten nemen over: het wijzigen van zijn doelstelling het ontbinden van zijn rechtspersoon, het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van surseance van betaling; het aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich verbindt tot zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt. De subsidieontvanger mag zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders geen risicovolle beleggingen aangaan. De subsidieontvanger mag geen stille verpanding op gemeentelijke subsidies of vorderingen aangaan. Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen vastgelegd in beleidsregels van het in lid 1 tot en met 3 bepaalde afwijken. In principe zijn de uitvoerende instellingen verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoering. Niettemin zijn er enkele gevallen waarbij een zekere inbreuk op de handelingsvrijheid van de subsidieontvanger noodzakelijk wordt gevonden. Niet dat deze vrijheid al bij voorbaat is ingeperkt, maar de gemeente wil bij kunnen sturen indien zich een (te) groot risico aandient. Dit artikel beoogt bijvoorbeeld te voorkomen dat de subsidieontvanger zijn financiële positie tot inzet maakt van risico's (bijv. het deelnemen in een andere rechtspersoon of het geven van zekerheidsstelling voor schulden van derden), zonder dat dit het gevolg is van de normale activiteiten van de subsidieontvanger zelf. Artikel 3.4, tweede lid, verbiedt het zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders aangaan van risicovolle beleggingen. Voor richtlijnen die kunnen worden gehanteerd bij het bepalen of een belegging risicovol is wordt verwezen naar het Treasurystatuut van de gemeente Schiedam. Artikel 3.4, derde lid, verbiedt stille verpanding. Van stille verpanding is sprake als zonder medeweten van de subsidieverstrekker de subsidiestroom als onderpand bij leningen wordt gebruikt. Indien de afbetalingen niet op tijd plaatsvinden geeft stille verpanding de betreffende bank het recht de subsidie te gebruiken voor afbetaling van de lening. De subsidie wordt dan niet gebruikt voor het doel waarvoor het bedoeld is. Om dit te voorkomen is in de ASV 2006 de bepaling opgenomen dat stille verpanding niet is toegestaan. Gewezen wordt op artikel 4:71 Awb. Dit artikel luidt -voor zover van belang- als volgt: Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het bestuursorgaan voor ……………; Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de toestemming. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. lndien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend."

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel