**1..** Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:
**a..** aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
**b..** de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
**c..** het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
**d..** de te verzekeren risico's;
**e..** het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
**f..** het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
**g..** het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;
**h..** het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.
**2..** Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6 › AFDELING 4.2.4
Artikel 4:37
Artikel 4:37
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Schiedam 2006