Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Subsidieaanvraag

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Schiedam 2006

1.. Een aanvraag voor een subsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend voor 1 april van het jaar, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Bij aanvragen die na deze datum worden ingediend kunnen burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. 2.. Een aanvraag voor een tussentijdse subsidie kan gedurende het hele jaar worden ingediend bij burgemeester en wethouders tot 8 weken voordat met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een begin wordt gemaakt. 3.. Voor zover door burgemeester en wethouders hiervoor formulieren zijn vastgesteld, dient voor het aanvragen van een subsidie gebruik te worden gemaakt van deze formulieren. 4.. Bij een aanvraag worden de volgende stukken overlegd: een activiteitenplan; een begroting; een dekkingsplan, respectievelijk een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten met daarbij de stand van zaken van die aanvragen; 5.. Bij een eerste aanvraag legt de aanvrager tevens over: een afschrift van de notariële akte, waarin de statuten zijn opgenomen; een bewijs van inschrijving in een van de door de Kamer van Koophandel gehouden registers; een opgave van haar bestuurssamenstelling; een overzicht van de financiële situatie op het moment van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening over het voorafgaande boekjaar. 6.. Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie legt de aanvrager tevens over: een plan tot investering en financiering; een specificatie of raming van de kosten; de raming van de gevolgen voor de exploitatie die uit de investering voortvloeien. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien zij dit ter beoordeling van de aanvraag nodig achten. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een of meer van de in dit artikel vermelde stukken niet hoeven te worden overlegd, indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel