**1..** Een aanvraag voor een subsidie wordt bij burgemeester en wethouders
ingediend voor 1 april van het jaar, voorafgaand aan het
kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Bij aanvragen die
na deze datum worden ingediend kunnen burgemeester en wethouders
besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.
**2..** Een aanvraag voor een tussentijdse subsidie kan gedurende het hele
jaar worden ingediend bij burgemeester en wethouders tot 8 weken
voordat met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een
begin wordt gemaakt.
**3..** Voor zover door burgemeester en wethouders hiervoor formulieren zijn
vastgesteld, dient voor het aanvragen van een subsidie gebruik te
worden gemaakt van deze formulieren.
**4..** Bij een aanvraag worden de volgende stukken overlegd:
een activiteitenplan;
een begroting;
een dekkingsplan, respectievelijk een opgave van eventueel
bij anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten
met daarbij de stand van zaken van die aanvragen;
**5..** Bij een eerste aanvraag legt de aanvrager tevens over:
een afschrift van de notariële akte, waarin de statuten zijn
opgenomen;
een bewijs van inschrijving in een van de door de Kamer van
Koophandel gehouden registers;
een opgave van haar bestuurssamenstelling;
een overzicht van de financiële situatie op het moment van
de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening
over het voorafgaande boekjaar.
**6..** Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie legt de aanvrager
tevens over:
een plan tot investering en financiering;
een specificatie of raming van de kosten;
de raming van de gevolgen voor de exploitatie die uit de
investering voortvloeien.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen binnen een door hen te bepalen
termijn overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking
van nadere informatie verlangen, indien zij dit ter beoordeling van
de aanvraag nodig achten.
**8..** Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een of meer van de in
dit artikel vermelde stukken niet hoeven te worden overlegd, indien
daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit
redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.