**1..** De subsidieontvanger dient “voor 1 mei na afloop van het jaar,
volgend op het jaar” waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot
subsidievaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de Algemene wet
bestuursrecht in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn
is gesteld.
**2..** Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht
weken nadat de aanvraag daartoe is ontvangen.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde
termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van deze verlenging
doen zij mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag tot
vaststelling heeft ingediend.
**4..** De subsidie kan door burgemeesters en wethouders geheel of
gedeeltelijk ambtshalve worden vastgesteld binnen 16 weken na afloop
van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend,
tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen, zonder waarschuwing vooraf, een
korting opleggen van 20% op het verleende subsidiebedrag indien de
termijn van aanvraag zoals bedoeld in artikel 4:44, derde lid van de
Algemene wet bestuursrecht, tot subsidievaststelling is verstreken.
De korting kan met 5% worden verhoogd voor elke week dat de aanvraag
tot vaststelling niet door burgemeester en wethouders is ontvangen
tot een maximum van 50% van de verleende subsidie. Blijft de
aanvraag tot subsidievaststelling achterwege dan wordt de subsidie
op nihil vastgesteld.