Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Vaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Schiedam 2006

1.. De subsidieontvanger dient “voor 1 mei na afloop van het jaar, volgend op het jaar” waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de Algemene wet bestuursrecht in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld. 2.. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht weken nadat de aanvraag daartoe is ontvangen. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van deze verlenging doen zij mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend. 4.. De subsidie kan door burgemeesters en wethouders geheel of gedeeltelijk ambtshalve worden vastgesteld binnen 16 weken na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen, zonder waarschuwing vooraf, een korting opleggen van 20% op het verleende subsidiebedrag indien de termijn van aanvraag zoals bedoeld in artikel 4:44, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht, tot subsidievaststelling is verstreken. De korting kan met 5% worden verhoogd voor elke week dat de aanvraag tot vaststelling niet door burgemeester en wethouders is ontvangen tot een maximum van 50% van de verleende subsidie. Blijft de aanvraag tot subsidievaststelling achterwege dan wordt de subsidie op nihil vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel