Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Overige voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand (WWB)

Scholing. De scholing die aangeboden wordt door het college zal in ieder geval gericht (lees: noodzakelijk en adequaat) moeten zijn op snelle arbeidsinschakeling. Voor een aantal uitkeringsgerechtigden zal scholing de kans op arbeidsinschakeling moeten vergroten zonder dat direct sprake hoeft te zijn van snelle arbeidinschakeling. Daarbij kan gedacht worden aan alleenstaande ouders zonder startkwalificatie of uitkeringsgerechtigden zonder startkwalificatie die onbeloond additoneel werk verrichten. Op grond van artikel 10a van de wet geldt de verplichting om degene die op grond van dit artikel additionele arbeid verricht en die niet beschikt over een startkwalificatie scholing of opleiding aan te bieden nadat zes maanden additionele arbeid is verricht. Dit is slechts anders indien scholing of opleiding naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan de vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces en/of de krachten of bekwaamheden van degene die de arbeid verricht, te boven gaat. Stimuleringsvoorzieningen voor werkgevers. Doel van subsidiering van arbeidsplaatsen is om uitkeringsgerechtigden die door de grotere afstand tot de arbeidsmarkt minder productief zijn, of waarvoor werkgevers door een gebrek aan werkervaring huiverig zijn deze in dienst te nemen vanwege de extra financiële risico's die daaraan verbonden zijn, sneller en makkelijker aan werk te helpen. Door deze subsidiering worden die financiële risico’s tijdelijk gecompenseerd. Uitgangspunt is dat belanghebbende gedurende de periode dat de loonkostensubsidie wordt verstrekt, aanvullende vaardigheden en werkervaring kan opdoen, zodat de afstand tot de arbeidsmarkt aan het eind van de subsidieperiode is verdwenen. Stimuleringsvoorzieningen voor uitkeringsgerechtigden. Inkomensvrijlating: Met dit artikel wordt geregeld dat voor wat betreft de inkomensvrijlating gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheid als bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet. Premies: Met dit artikel wordt gebruik gemaakt van de in de wet (artikel 31, lid 2 sub j.) bepaalde mogelijkheid om jaarlijks een of tweemaal een premie te verstrekken. De premie is, mits niet in termijnen betaald maar een- of twee maal per jaar, onbelast en telt dus ook niet mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen. Door bij de verstrekking van premies royaal binnen de maximale bedragen te blijven en uit te gaan van een staffeling op basis van het aantal dagdelen dat iemand werkzaam is wordt rekening gehouden met de armoedeval.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel