Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Vaartuigenverordening

1.. Het is verboden in het gebied: langer dan 3 achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats ligplaats te hebben met een vaartuig; met een vaartuig binnen 3 dagen nadat dit is verplaatst op dezelfde plaats ligplaats te hebben; als eigenaar of rechthebbende op water of gronden toe te laten, dat een vaartuig ligplaats heeft in dat water of op die gronden zonder dat ontheffing van het onder a omschreven verbod is verleend. 2.. Wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plaats, liggende op minder dan 500 m hemelsbreed gemeten van de oude ligplaats, wordt dit geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven. 3.. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op: vaartuigen, welke ligplaats hebben in een haven; vaartuigen, welke ligplaats hebben op het erf of binnen een afstand van 10 meter van het huis, zomerhuis, woonschip of kampeermiddel van de eigenaar van de boot, waarvoor van overheidswege de vereiste toestemming is verleend; vaartuigen, welke ligplaats hebben op bedrijfsterreinen of in een constructie- of opslagruimte.

Rechtspraak bij dit artikel