Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Monumentenverordening 2012

1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen wordt de eigenaar in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en wordt advies gevraagd aan de commissie. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de voorgenomen aanwijzing bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, wordt overleg gevoerd met de eigenaar. 5. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. 6. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vast staat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel