Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 12.

Maatschappelijke participatieplaatsen

Onderdeel van Re-integratieverordening

1.. Het college kan aan personen behorend tot de gemeentelijke doelgroep, niet zijnde jongeren, een maatschappelijke participatieplaats aanbieden. 2.. Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de maatschappelijke participatieplaats voor de persoon behorend tot de gemeentelijke doelgroep, niet zijnde een jongere, op langere termijn bijdraagt aan een perspectief op algemeen geaccepteerde arbeid. 3.. Het doel van een maatschappelijke participatieplaats is het versterken van de zelfstandige maatschappelijke participatie, voorkoming van sociaal isolement en het versterken van aanwezige capaciteiten. 4.. Jaarlijks dient te worden bepaald in hoeverre op de korte of (middel) lange termijn een reëel perspectief op algemene geaccepteerde arbeid is ontstaan. 5.. Het college plaatst de persoon behorend tot de gemeentelijke doelgroep, niet zijnde jongere, alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 6.. In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het doel van de maatschappelijke participatieplaats, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel