Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 23.

Ontheffing

Onderdeel van Re-integratieverordening

1.. Het college kan met inachtneming van artikel 9, tweede lid van de wet, onderscheidenlijk artikel 37a van de Ioaw en de Ioaz, bepalen dat aan de uitkeringsgerechtigde, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 21 genoemde verplichtingen indien: voor alleenstaande ouders, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet van kinderen tot 5 jaar, de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en voorziening niet mogelijk is en dit niet kan worden opgeheven door de inzet van voorzieningen als bedoeld in artikel 14; uitkeringsgerechtigde om objectief vastgestelde psychische dan wel medische redenen niet in staat is om zijn verplichtingen op basis van deze verordening na te komen. uitkeringsgerechtigde de zorg heeft voor een persoon bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a en onder 2º van de wet. De ontheffing geldt tot een maximum van 6 maanden en voor het aantal uur dat uitkeringsgerechtigde de zorg dient te verlenen. uitkeringsgerechtigde van 60 jaar of ouder is en naar het oordeel van het college er geen perspectief op algemeen geaccepteerde arbeid is. 2.. Ontheffing van de arbeidsplicht wordt voor de gevallen genoemde in het eerste lid, onder a en b verleend voor een door het college vast te stellen periode, doch uiterlijk voor een periode van een jaar. 3.. Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel