Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Behandeling door de raad

Onderdeel van Verordening Burgerinitiatief

1.. Binnen twee weken na ontvangst van een burgerinitiatiefvoorstel of, indien toepassing is gegeven aan artikel 5, tweede lid, binnen twee weken na ontvangst van de aanvullende gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zendt de voorzitter van de raad het burgerinitiatiefvoorstel om advies aan de adviescommissie op het beleidsterrein waarvan het betreffende voorstel ligt. 2.. Tegelijk met het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zendt de voorzitter van de raad het burgerinitiatiefvoorstel om advies aan het college. Hij stelt het college een termijn waarbinnen het advies moet zijn uitgebracht. De termijn bedraagt ten minste vier weken. 3.. Het college zendt een afschrift van zijn advies aan de adviescommissie, bedoeld in het eerste lid. 4.. Het burgerinitiatief wordt binnen vier weken na ontvangst van het advies van het college geagendeerd voor een vergadering van de adviescommissie. 5.. De voorzitter van de adviescommissie bedoeld in het eerste lid nodigt de indiener van het verzoek schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De indiener van het verzoek heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. De adviescommissie zal het burgerinitiatiefvoorstel vervolgens na bespreking met haar advies ter behandeling voordragen aan de raad. 6.. Het advies van de adviescommissie bevat in elk geval: een oordeel over de vraag, of het verzoek voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4; een oordeel over de vraag, of het burgerinitiatiefvoorstel gehonoreerd dient te worden; op welke wijze aan het burgerinitiatiefvoorstel uitvoering kan worden gegeven. 7.. Het burgerinitiatiefvoorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de vergadering van de raadscommissie, bedoeld in het eerste lid, tenzij de schriftelijke oproep daarvoor reeds is verzonden. In dat geval wordt het voorstel geagendeerd voor de daaropvolgende vergadering. 8.. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 2, derde lid onder b, kan de raad het voorstel doorzenden aan het college en, indien het een bevoegdheid van de burgemeester betreft, aan de burgemeester. 9.. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. 10.. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan indiener van het verzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel