**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het gemiddelde inkomen per maand niet uitkomt boven 105 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**2..** Ten aanzien van perioden waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht een inkomen te hebben ter hoogte van 100 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**3..** Bij een aanvraag voor langdurigheidstoeslag door een gezin dienen alle gezinsleden te voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 van de wet.
**4..** Ten aanzien van de periode waarin bij een gezin slechts 1 gezinslid recht heeft op bijstand wordt het gezin voor de toepassing van het eerste lid geacht een inkomen te hebben ter hoogte van 100 procent van de gezinsnorm.
**5..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die gedurende de referteperiode een opleiding heeft gevolgd of volgt als bedoeld in de WTOS of de WSF 2000.
Artikel 3.
Langdurig, laag inkomen zonder uitzicht op verbetering
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag