Bij het openen van een grafruimte dient door de rechthebbende of de belanghebbende te worden gedoogd dat de vrijkomende grond tijdelijk op de naastgelegen grafruimte wordt gelegd en dat het zich daarop bevindende gedenkteken, losse voorwerpen en/of de beplanting vanwege de gemeente geheel of gedeeltelijk tijdelijk wordt weggenomen of verplaatst, voor zolang dit ter begraving van lijken of om enige andere reden noodzakelijk is, waarna door de gemeente terugplaatsing plaatsvindt.
Hoofdstuk
Artikel 3
Tijdelijk grond op grafruimte
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Uithoorn 2011