Het college kan de vergunning of tijdelijke vergunning intrekken of wijzigen:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of tijdelijke vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt;
indien de aan de vergunning of tijdelijke vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nageleefd;
indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt;
indien de vergunninghouder dit verzoekt.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 11.
Intrekken of wijzigen van de vergunning of tijdelijke vergunning
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk