**1..** Het is aan de organisatie, dan wel aan degene die op de betreffende locatie met de dagelijkse gang van zaken belast is, verboden:
enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te laten verblijven, wanneer volgens de directeur van de GGD daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de Infectieziektenwet, aanwezig is;
enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enig daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te laten verblijven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte, zoals in de onder a. vermelde wet aanwezig is.
**2..** Van het in lid 1 onder a. omschreven verbod is de vergunninghouder ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van infectieziekten is uitgesloten.
**3..** De bepalingen in lid 1 en lid 2 laten onverlet de bepalingen krachtens de in het eerste lid onder a. genoemde wet.
HOOFDSTUK 3
Artikel 19.
Voorkoming verspreiding infectieziekten
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk