Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie Dordrecht

1.. Indien een belanghebbende meent dat hij schade lijdt of zal lijden als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak door een bestuursorgaan van de gemeente, kan hij zich voor het bepalen van de schade en voor de vergoeding daarvan bij verzoekschrift tot het bestuursorgaan wenden. Het verzoek wordt ingediend zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is, doch niet later dan twaalf maanden nadat degene die schade lijdt, kennis heeft kunnen nemen van het schadeveroorzakende feit of handelen, dan wel binnen twaalf maanden nadat de schade aan hem kenbaar is geworden. 2.. Indien het verzoek namens belanghebbende wordt ingediend, dan dient, tenzij de indiener in Nederland staat ingeschreven als advocaat of procureur, bij het verzoekschrift een schriftelijke en door verzoeker ondertekende machtiging te worden gevoegd, waarin de indiener gemachtigd wordt om verzoeker te vertegenwoordigen in deze procedure. 3.. Het verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste: De naam en het adres van de verzoeker;. De dagtekening; De aanduiding van het besluit of het handelen dat de gestelde schade naar het oordeel van verzoeker heeft veroorzaakt; Een vermelding van de redenen waarom de gemeente gehouden zou zijn de schade te vergoeden die het gevolg zou zijn van het onder c. bedoelde besluit of feitelijk handelen; Voor zover redelijkerwijze mogelijk een opgave van de aard en de omvang van de schade; Voor zover redelijkerwijze mogelijk een specificatie van het bedrag van de schade; Een omschrijving van de wijze waarop de schade naar het oordeel van verzoeker dient te worden vergoed, te weten in geld of in natura, en, als een vergoeding in geld wordt gewenst, een opgave van het schadebedrag dat naar het oordeel van verzoeker vergoed dient te worden. 4.. Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van het verzoek. 5.. Indien naar het oordeel van het bestuursorgaan niet of onvoldoende is voldaan aan het bepaalde in het tweede en derde lid, of indien verzoeker verzuimt de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen te verschaffen, stelt het bestuursorgaan verzoeker in de gelegenheid het verzuim binnen twee weken te herstellen. 6.. Het bestuursorgaan neemt de aanvraag niet in behandeling als het niet overeenkomstig het bepaalde in het derde lid is ingediend en niet tijdig of onvoldoende gebruik is gemaakt van de in het vijfde lid geboden gelegenheid om het verzuim te herstellen.

Rechtspraak bij dit artikel