Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 10

Spaarloonregeling/levensloopregeling

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en wethouders 2011

Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. Bij het niet honoreren –anders dan op grond van wettelijke voorschriften- van de aanvraag genoemd in het 1e lid, beslist de voorzitter van de raad, het presidium gehoord; Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. Met inachtneming van hetgeen daartoe is bepaald in artikel 99 van de Gemeentewet, bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel