Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit: drie leden, op aanbeveling van burgemeester en wethouders door de gemeenteraad benoemd, met dien verstande dat leden van de raad niet voor deze benoeming in aanmerking komen; vier leden, door de gemeenteraad uit zijn midden benoemd, met dien verstande dat wethouders niet voor deze benoeming in aanmerking komen; ook kunnen benoemd worden personen, die geen zitting hebben in de gemeenteraad en die als burgerraadslid worden aangeduid; op deze laatsten zijn van toepassing de benoembaarheidsvereisten en overige bepalingen, zoals die ten aanzien van burgerraadsleden zijn opgenomen in artikel 15 van de “Commissieverordening 1998”. 2.. De raad kan voor alle in het vorige lid bedoelde leden laatsvervangers benoemen, voor wie dezelfde eisen gelden als in het eerste lid genoemd. 3.. Burgemeester en wethouders benoemen uit de in lid 1, sub a, bedoelde leden een voorzitter en twee waarnemend voorzitters. 4.. Burgemeester en wethouders voegen een secretaris aan de commissie toe. [“laatsvervangers” moet zijn “plaatsvervangers”].

Rechtspraak bij dit artikel