Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
op verzoek van de ontheffinghouder;
wanneer de houder van de ontheffing het centrumgebied verlaat of de aldaar gevestigde onderneming of instelling beëindigt;
indien de ontheffinghouder handelt in strijd met de ontheffing of de daaraan verbonden voorschriften.
indien blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
indien sprake is van misbruik van de ontheffing;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend.
bij in gebreke blijven van de betaling van de leges bedoeld in artikel 8.
na overlijden van de ontheffinghouder.
indien de ontheffinghouder met het motorvoertuig op enigerlei wijze overlast veroorzaakt in het voetgangersgebied.
Gelijktijdig met het intrekken van de ontheffing wordt de kentekenherkenning beëindigd.
Hoofdstuk
Artikel 18:
Intrekkings- en wijzigingsgronden.
Onderdeel van Beleidsregels toegang centrumgebied Wijchen juni 2011