Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen
bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
gemeentelijk beleid.
Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
verplicht.
Geen inspraak wordt verleend:
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een
eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift
is uitgesloten;
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
beleidsvrijheid heeft;
inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV
van de Gemeentewet;
indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
afgewacht;
indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het
belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor
kwetsbare groepen in de samenleving;
bij structuurvisies, bestemmingsplanprocedures,
projectbesluiten en beheersverordeningen als bedoeld in
respectievelijk artikel 2.1 Wro, 3.1 Wro, 3.10 Wro en
3.38 Wro, tenzij het college van burgemeester en
wethouders daartoe anders besluit.
Artikel 2