Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6

Toeslag voormalige alleenstaande ouder

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Breda 2011

1.. Een toeslag wordt (ambtshalve) verleend, als het laatste in de gezinsbijstand begrepen kind niet meer ten laste van de alleenstaande ouder komt, waardoor op deze ouder het normbedrag voor een alleenstaande van toepassing. Voorwaarde is dat dit kind tot het huishouden van de alleenstaande blijft behoren. De toeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen het bijstandsbedrag dat in vergelijkbare omstandigheden voor een echtpaar zou gelden en de gezamenlijke inkomens van de alleenstaande en dat kind. 2.. De toeslag wordt verleend zolang het kind tot het huishouden van de ouder blijft behoren, voor maximaal 36 maanden, waarbij de toeslag na 18 maanden wordt gehalveerd. 3.. Voor de bepaling van de inkomsten van het kind wordt het bedrag van inkomsten ingevolge de Wet op de Studiefinanciering vastgesteld overeenkomstig artikel 33 van de WWB.

Rechtspraak bij dit artikel