Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 13

Duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Breda 2011

1.. Voor verstrekking van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen komen mogelijk de goederen in aanmerking die zijn opgenomen in de Financiële Richtlijnen van Sociale Zaken. Indien het kosten betreft die niet in de Financiële Richtlijnen zijn genoemd, kan op grond van bijzondere individuele omstandigheden bijzondere bijstand worden verleend. 2.. Een geldlening (consumptief krediet ) van de Kredietbank Breda geldt als voorliggende voorziening. 3.. Indien een belanghebbende een langdurigheidstoeslag heeft ontvangen en in dezelfde periode van 12 maanden een aanvraag bijzondere bijstand doet voor duurzame gebruiksgoederen (of wel vervangingsuitgaven) dan geldt de langdurigheidstoeslag als reservering of voorliggende voorziening. 4.. Indien de belanghebbende niet zelf in de kosten kan voorzien door geen beroep te kunnen doen op zijn eigen netwerk, de sociale omgeving en voorliggende voorzieningen en een geldlening van de Kredietbank Breda niet mogelijk is, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening verstrekt, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. 5.. De noodzaak van de bijstandsverlening voor duurzame gebruiksgoederen wordt beoordeeld aan de hand van: de feitelijke toestand van te vervangen duurzame gebruiksgoederen; de grootte van de woning van de belanghebbende; de grootte van het gezin van de belanghebbende; de getoonde eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende; overige feiten en omstandigheden die van belang zijn. 6.. Onder “duurzame gebruiksgoederen” zoals bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de gebruikelijke inventaris van een woning.

Rechtspraak bij dit artikel