Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 8

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Breda 2011

1.. Bijzondere bijstand is in principe mogelijk als: geen beroep kan worden gedaan op een eigen netwerk, de sociale omgeving of voorliggende voorzieningen en de belanghebbende daarin voldoende eigen verantwoordelijkheid heeft getoond; geen beroep kan worden gedaan op de eigen reserveringscapaciteit; sprake is van noodzakelijke kosten door bijzondere individuele omstandigheden; een (wettelijke) voorliggende voorziening ontbreekt. 2.. Een geldlening van de Kredietbank Breda en de langdurigheidstoeslag worden als voorliggende voorzieningen beschouwd voor de kosten van (duurzame) gebruiksgoederen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. 3.. Bij het vaststellen van het bedrag van de bijzondere noodzakelijke kosten wordt aangesloten bij normbedragen zoals opgenomen in de Financiële Richtlijnen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 4.. Indien het bedrag niet is opgenomen in de Financiële Richtlijnen gelden de bedragen van de Prijzengids van Nibud als maximale bedragen. 5.. Op de verstrekking van de bijzondere noodzakelijke kosten, worden altijd de kosten die voor een ieder algemeen gebruikelijk zijn in mindering gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel