**1..** Het initiatief dient zich direct te richten op het plaatsen van werkloze of met werkloosheid bedreigde jongeren in een opleiding, werkervaringsplaats of (leer)baan. Bij jongeren onder de 18 jaar heeft plaatsing in een opleiding of leerbaan de voorkeur.
**2..** De hoogte van de subsidieaanvraag moet in een redelijke verhouding staan tot het aantal beoogde plaatsingen, de duur van de plaatsingen, het soort plaatsingen en de omvang (aantal uren per week) van de plaatsingen.
**3..** Het initiatief en het daarmee beoogde effect dient zo “SMART” mogelijk in de subsidieaanvraag te worden beschreven (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden). Met name dient te worden aangegeven welke resultaten het initiatief beoogt te realiseren.
**4..** Het initiatief dient additioneel te zijn ten opzichte van de regulier geplande werkzaamheden van de aanvrager. Het mag dus niet gaan om activiteiten die tot de standaard bedrijfsvoering behoren.
**5..** Uit de begroting dient te blijken dat er naast gemeentelijke subsidie ook voor een substantieel deel aanvullende middelen beschikbaar zijn die worden ingezet ten behoeve van het initiatief (cofinanciering). Dit kunnen eigen middelen zijn, maar mogelijk ook van andere maatschappelijke organisaties en/of bedrijfsleven.
**6..** Bij de uitvoering van het initiatief dient men waar mogelijk met andere instellingen of bedrijven samen te werken.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:2
Specifieke criteria voor projectsubsidies
Onderdeel van Beleidsregels subsidieverstrekking voorkomen en bestrijden jeugdwerkloosheid West-Brabant