Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2011

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die door de 'Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland' als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; met een certificaat voor politiehond of in opleiding voor dit certificaat; door leden van erkende verenigingen voor politiehondendressuur gehouden, mits de houder zich verbindt zijn hond met een begeleider aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking te stellen van de politie; waarvan de houder geen ingezetene der gemeente is en de hond niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft, tenzij de houder aantoont dat voor dat belastingjaar reeds hondenbelasting is betaald in een andere gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel