Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 8

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Onderdeel van 1e herziening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2010

1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben tenzij: de verbranding betrekking heeft op schoon takken- en snoeihout; de verbranding plaatsvindt op particuliere grond dat in eigendom is van de verbrander; het verbranden van oogstafval, takken- en snoeihout plaatsvindt op een onbrandbare ondergrond; de omvang van de brandstapel niet groter is dan 10 m3; de aanvrager ervoor zorgt dat er geen bodemverontreiniging optreedt en daarmee artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) niet wordt overtreden. Voor het aanmaken van het vuur mag derhalve geen gebruik worden gemaakt van vloeibare brandstoffen; de verbrandingsresten binnen 7 dagen na de verbranding worden verwijderd en afgevoerd op een verantwoorde wijze; de weersomstandigheden het toelaten. Ten eerste moet het droog weer zijn; dus bij regen of mist mag er geen verbranding plaatsvinden. Ten tweede mag de windkracht maximaal 5 Beaufort zijn (max. 40 km/h); er mag geen overlast voor de omgeving optreedt; er continu toezicht van een volwassene is op het vuur. Dit om het overslaan van vuur en ongelukken te voorkomen; de volgende minimale afstanden worden aangehouden: 50 meter van de openbare weg, 30 meter van erven, gebouwen of brandgevaarlijke objecten, 7 meter van beplantingen en 5 meter uit de insteek van een watergang; de verbranding plaatsvindt tussen zonsop- en ondergang; er maar geen verbranding plaatsvindt op zon- en feestdagen; binnen één uur voordat met de verbranding wordt begonnen, dit wordt gemeld bij de regionale meldkamer van de brandweer te Utrecht (tel. 030-2892714).

Rechtspraak bij dit artikel