**1..** Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak:
**·.** Afdeling 5 t/m 8 hoofdstuk 2;
**·.** Afdeling 10 hoofdstuk 2;
**·.** Artikel 2:41 t/m 2:44 hoofdstuk 2;
**·.** Afdeling 12 t/m 15 hoofdstuk 2;
**·.** Hoofdstuk 3;
**·.** Artikel 4:2 en 4:3 hoofdstuk 4;
**·.** Afdeling 2 hoofdstuk 4;
**·.** Afdeling 4 en 5 hoofdstuk 4;
**·.** Afdeling 1 t/m 5 hoofdstuk 5;
**·.** Afdeling 7 t/m 9 hoofdstuk 5.
**2..** Anders dan beschreven in het eerste lid wordt overtreding van het
bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van
artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gestraft
met een geldboete van de eerste categorie:
**·.** Afdeling 1 t/m 4 hoofdstuk 2;
**·.** Afdeling 9 hoofdstuk 2;
**·.** Artikel 2:45 t/m 2:53 hoofdstuk 2;
**·.** Artikel 2:57 t/m 2:65 hoofdstuk 2;
**·.** Artikel 4:6 t/m 4:6c hoofdstuk 4;
**·.** Afdeling 6 hoofdstuk 5.
3. De strafbaarstelling genoemd in het eerste lid is niet van
toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is bedreigd in
of bij andere wetten.