1. Het ereburgerschap kan worden verleend als blijk van
grote waardering en erkentelijkheid, zowel aan ingezetenen
als niet-ingezetenen van de gemeente, die
zich ten opzichte van de gemeente of de Lopikse
gemeenschap op zeer bijzondere wijze verdienstelijk
hebben gemaakt.
2. Als bewijs van deze verleende onderscheiding wordt
aan de begiftigde een oorkonde alsmede een penning
in goud uitgereikt.
3. De oorkonde, genoemd in het tweede lid, vermeldt de
naam, de plaats van geboorte en de woonplaats van de
begiftigde, alsmede de redenen die tot het verlenen
van het ereburgerschap hebben geleid.
4. De in het tweede lid genoemde penning heeft een
middellijn van tenminste 50 mm.
Aan de voorzijde is afgebeeld het wapen van de gemeente
Lopik, aan de achterzijde is opgenomen de
tekst: "Ereburger van Lopik" met de datum van het
raadsbesluit, waarop het ereburgerschap is verleend
en eventueel een, door burgemeester en wethouders te
bepalen, inscriptie.