Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Fietsregeling

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010

1.. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing voor zover het raadslid niet op andere wijze al gebruik maakt van de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. 3.. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel