Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
opvolgen van deze verordening te herinneren;
een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
sluiten.
De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid
dat door de gedragingen de geregelde gang van zaken
belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen.
Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten
hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
ontzegd.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2
Artikel 24
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIE LOPIK 2010